Logo

Studiegids FHTL

19HSTIDO Interreligieuze dialoog en oecumene

5 ec

voltijd: 24 cu (12 bijeenkomsten)
deeltijd: 16 cu (8 bijeenkomsten)

Ba GB jaar 2

Fundamentele en dogmatische theologie

In deze cursus maak je kennis met de theologie en de praktijk van de interreligieuze dialoog en met die van de oecumenische beweging.

Tijdens de colleges voor interreligieuze dialoog staat de theologie van de godsdiensten en van de interreligieuze dialoog centraal. We bespreken de gangbare modellen van interreligieuze dialoog (exclusivisme, inclusivisme, pluralisme, particularisme), de kritiek op die modellen en de ermee verbonden vragen. Vervolgens gaan we verder in op concrete uitwerkingen van elk van de drie modellen met bijzondere aandacht voor de belangrijkste posities in de katholieke theologie zoals die ontwikkeld zijn vanaf 1950. Hierbij zullen we onder andere Nostra Aetate (1965) bestuderen. Vervolgens ligt de nadruk op de eigen visie(ontwikkeling) van de student en de identiteitsvragen die ten grondslag liggen aan de interreligieuze ontmoeting, mede met het oog op de beroepspraktijk.

Tijdens de colleges oecumene gaan we in op de geschiedenis en de theologie van de oecumenische beweging. We bespreken de zoektocht naar een juiste balans waarin recht wordt gedaan aan verschil zonder onverschillig te worden. We maken kennis met enkele dialogen tussen de katholieke kerk en andere kerken, bespreken verschillende methodes van dialoog, en gaan in op de praktijk van oecumene.

Bestudering van de opgegeven literatuur en het maken van de opdrachten.
Actieve aanwezigheid tijdens de colleges.
Deelnemen aan een bijeenkomst met gelovigen van een andere religie of van een andere denominatie dan de eigen.

Hoorcollege

  • Toepassen: De student laat zien dat hij/ zij oog heeft voor gevoeligheden in de oecumenische en interreligieuze dialoog (20%)
  • Toepassen: De student laat zien dat hij/ zij oog heeft voor gevoeligheden in de oecumenische en interreligieuze dialoog (20%)
  • Evalueren: De student reflecteert op overeenkomsten en verschillen tussen christelijke denominaties en tussen verschillende religies vanuit het spanningsveld tussen openheid en eigenheid/ identiteit. (40%)
  • Evalueren: De student formuleert op basis van de bestudeerde literatuur een eigen visie op de oecumenische dialoog én op de interreligieuze dialoog met het oog op (1) de persoonlijke ontwikkeling en (2) de concrete beroepspraktijk. (40%)
  • Evalueren: De student reflecteert op overeenkomsten en verschillen tussen christelijke denominaties en tussen verschillende religies vanuit het spanningsveld tussen openheid en eigenheid/ identiteit. (40%)

Klik hier voor de toetsmatrijs.

Ba GB

    Geen kennisbasis gevonden.
 

Ba GB

  • A.1 Het vermogen om enerzijds de bronnen van een specifieke religieuze gemeenschap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarvan passend te handelen.
  • A.1.a Legt op methodische wijze verbanden (theoretische en praktische) tussen een specifieke religieuze tradi-tie en de actuele situatie.
  • A.1.b Brengt hedendaagse levensbeschouwelijke vragen van mensen in verbinding met de religieuze en le-vensbeschouwelijke tradities en geeft daaraan een levensbeschouwelijke interpretatie.
  • A.1.c Duidt maatschappelijke en culturele processen in het licht van een specifieke religieuze traditie.
  • A.1.d Heeft inzicht in de eigen referentiekaders en in die van anderen.
  • A.1.e Reflecteert op en legt verbinding (theoretisch en praktisch) tussen een specifieke religieuze traditie en de huidige cultuur en samenleving.
  • A.2.d Faciliteert een leeromgeving of geeft leeractivitei-ten vorm ten behoeve van leer- en vormingspro-cessen met religieuze en/of levensbeschouwelijke thema’s.
  • A.2.e Verbindt op reflectieve wijze religieuze en/of le-vensbeschouwelijke gemeenschappen met de ontwikkelingen in de samenleving en zet hen waar nodig aan tot actie.
  • A.3.b Is in staat kritisch te reflecteren op religieuze tra-dities of stromingen, bijbehorende geschriften, gebruiken en symbolen en weet die op waarde te schatten.
  • A.3.c Geeft evenwichtig en op een authentieke, integere en ethisch verantwoorde wijze vorm aan zijn profes-sionele identiteit.
  • A.4.c Is in staat een dialoog te voeren waarbij eigen standpunten en beslissingen overtuigend en met enthousiasme onder woorden kunnen worden gebracht en toont hierbij respect voor de ander.
  • B.2.c Organiseert activiteiten met verschillende doelgroepen, brengt diverse opvattingen met elkaar in gesprek en begeleidt interreligieuze ontmoetingen.
  • B.4.a Heeft een eigen visie op het beroep, op basis van theologische inzichten, eigen levensovertuiging en ervaringen in de beroepsuitoefening.

De onderdelen uit de propedeuse van de discipline Fundamentele en dogmatische theologie dienen behaald te zijn

Opdrachten

Tijdens de colleges

cijfer 1-10

  • Reflectie/Leerverslag
  • Toepassen
  • Evalueren

cijfer 1-10

1-10 werkdagen

Verplichte literatuur

  • Diverse artikelen en officiële kerkdocumenten (), . (portal)

Aanbevolen literatuur

  • Kapser, W. (2011), Een rijke oogst. De vruchten van de oecumenische dialoog. Heeswijk:
 

 

Toetsmatrijs 2025 - 2026

beoord. niveauleerdoeltoetsitemweging
Toepassen De student laat zien dat hij/ zij oog heeft voor gevoeligheden in de oecumenische en interreligieuze dialoog (Ba GB: Agogisch competent ,Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (20%)
Toepassen De student laat zien dat hij/ zij oog heeft voor gevoeligheden in de oecumenische en interreligieuze dialoog (Ba GB: Agogisch competent ,Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (20%)
Evalueren De student reflecteert op overeenkomsten en verschillen tussen christelijke denominaties en tussen verschillende religies vanuit het spanningsveld tussen openheid en eigenheid/ identiteit. (Ba GB: Agogisch competent ,Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Competent in samenwerken ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (40%)
Evalueren De student formuleert op basis van de bestudeerde literatuur een eigen visie op de oecumenische dialoog én op de interreligieuze dialoog met het oog op (1) de persoonlijke ontwikkeling en (2) de concrete beroepspraktijk. (Ba GB: Agogisch competent ,Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (40%)
Evalueren De student reflecteert op overeenkomsten en verschillen tussen christelijke denominaties en tussen verschillende religies vanuit het spanningsveld tussen openheid en eigenheid/ identiteit. (Ba GB: Agogisch competent ,Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Competent in samenwerken ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (40%)