Logo

Studiegids FHTL

19SBWBP Bijbelwetenschappen

10 ec

voltijd: 52 cu (26 bijeenkomsten)
deeltijd: 40 cu (20 bijeenkomsten)

Ba GB jaar 4
Ba DRL jaar 4

Heilige Schrift

Met deze module wordt de leerlijn Heilige Schrift afgesloten. Aan de hand van enkele thema’s leggen we de verbinding tussen de bijbel en actuele thema’s in de Nederlandse samenleving.

De docenten bieden enkele thema’s en invalshoeken aan. Vervolgens kiezen de studenten een eigen thema uit, verdiepen zich daarin en formuleren binnen dit thema een (beperkte) onderzoeksvraag voor hun eigen onderzoek. Ze beantwoorden deze onderzoeksvraag en verwerken dit in een eindproduct.


(Mogelijke) thema’s:

Trauma - besproken tijdens de colleges
Groene theologie - besproken tijdens de colleges
Economie - besproken tijdens de colleges
Migratie
Slavernij
Familieverhoudingen
Geweld
Godsbeelden
Lichamelijkheid
Migratie

Voor elk college leest de student de bijbehorende literatuur en/of werkt de student aan de opdrachten. De student heeft een actieve bijdrage in de colleges. De student werkt tijdens de periode stap voor stap aan zijn/haar eigen onderzoek. De student vraagt en verwerkt feedback van docent en medestudenten.

Werkcollege

  • Toepassen: De student een verantwoorde exegese van een Bijbelse passage kan maken met het oog op het gebruik ervan in de praktijk van het werkveld (kennis en toepassen). (20%)
  • Analyseren: De student in staat is om in haar/zijn werkveld actuele kwesties te herkennen waarbinnen het gebruik van de Bijbel een constructieve, d.w.z. verhelderende, verdiepende dan wel inspirerende rol kan vervullen. (40%)
  • Creëren: De student in staat is om inzichten uit de exegese van een Bijbelse tekst te vertalen naar een passende vorm van communicatie die aansluit bij het werkveld en een relevante bijdrage levert aan de kwestie die daar speelt (40%)

Klik hier voor de toetsmatrijs.

Ba GB

  • 1 I a Kennis van de centrale religieuze en levensbeschouwelijke bronnen uit de traditie(s) waar de opleiding zich mee verbindt en kennis van (exegetische) methoden om deze bronnen te ontsluiten
  • 1 I c Kennis van de geschiedenis van de traditie(s) waar de opleiding zich mee verbindt.
  • 1 I d Kennis van centrale geloofsinhouden en praktijken uit de traditie(s) waar de opleiding zich mee verbindt.
  • 1 II c Kennis van filosofische en ethische stromingen, concepten en modellen en esthetische (kunst en cultuur) uitingen van zingeving.

Ba DRL

  • 1.1 Kennis van en inzicht in religie in de diverse wetenschappelijke benaderingen en culturele contexten; zoals Bijbelwetenschappen en systematische theologie, en vakken als godsdienstwijsbegeerte, religiegeschiedenis en godsdienstsociologie.
  • 2.1 Kennis en inzicht in de geschiedenis, huidige verschijningsvormen en eigen aard van Jodendom.
  • 2.2 Kennis en inzicht in de geschiedenis, huidige verschijningsvormen en eigen aard van christendom.
  • 3.1 Kennis van, inzicht in en toepassen van de hermeneutische theorieën op zowel schriftelijke teksten als andere (kunst-)uitingen.
  • 8.4 Kennis van, inzicht in en toepassen van diverse exegetische methoden en herkennen van manieren van tekstlezen.
 

Ba GB

  • A.1 Het vermogen om enerzijds de bronnen van een specifieke religieuze gemeenschap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarvan passend te handelen.
  • A.1.a Legt op methodische wijze verbanden (theoretische en praktische) tussen een specifieke religieuze tradi-tie en de actuele situatie.
  • A.1.b Brengt hedendaagse levensbeschouwelijke vragen van mensen in verbinding met de religieuze en le-vensbeschouwelijke tradities en geeft daaraan een levensbeschouwelijke interpretatie.
  • A.1.d Heeft inzicht in de eigen referentiekaders en in die van anderen.
  • A.1.e Reflecteert op en legt verbinding (theoretisch en praktisch) tussen een specifieke religieuze traditie en de huidige cultuur en samenleving.
  • A.3.b Is in staat kritisch te reflecteren op religieuze tra-dities of stromingen, bijbehorende geschriften, gebruiken en symbolen en weet die op waarde te schatten.
  • A.3.d Reflecteert op de eigen religieuze en spirituele ontwikkeling.
  • A.3.e Toont relativeringsvermogen en kent zijn grenzen.
  • A.4.d Schrijft heldere teksten met een duidelijke structuur en opbouw.

Ba DRL

  • 3.1 Een bekwame leraar is een leraar die heeft aangetoond dat hij met zijn vakinhoudelijke, vakdidactische en
    pedagogische kennis en kunde zijn werk als leraar en als deelnemer aan de professionele onderwijsgemeenschap die hij samen met zijn collegas vormt, kan verrichten op een professioneel doelmatige en verantwoorde wijze.j
  • 3.2 Vakinhoudelijk bekwaam wil zeggen dat de leraar de inhoud van zijn onderwijs beheerst. Hij ’staat boven’ de
    leerstof en kan die zo samenstellen, kiezen en/of bewerken dat zijn leerlingen die kunnen leren. De leraar kan
    vanuit zijn vakinhoudelijke expertise verbanden leggen met het dagelijks leven, met werk en met wetenschap
    en bijdragen aan de algemene vorming van zijn leerlingen. Hij houdt zijn vakkennis en -kunde actueel. Om
    vakinhoudelijk bekwaam te zijn moet de leraar ten minste het volgende in algemene termen weten en kunnen.

De onderdelen uit de hoofdfase van de discipline Heilige Schrift dienen behaald te zijn

Opdrachten, reflectieverslagen, presentaties, leerverslagen

pitch, presentatie, formatieve toets

Pitch en presentatie tijdens de colleges. Feedback op formatieve toets binnen 10 werkdagen.

maken van de opdrachten is verplicht

  • Werkstuk
  • Toepassen
  • Analyseren
  • Creëren

cijfer 1-10

15 werkdagen na inlevering eindoproduct

Verplichte literatuur

  • NBV Studiebijbel (2008), De Nieuwe Bijbelvertaling met uitleg, achtergronden en illustraties. Heerenveen: Jongbloed (aanschaffen)

Aanbevolen literatuur

  • Artikelen en teksten (Canvas) (), .
 

 

Toetsmatrijs 2026 - 2027

beoord. niveauleerdoeltoetsitemweging
Toepassen De student een verantwoorde exegese van een Bijbelse passage kan maken met het oog op het gebruik ervan in de praktijk van het werkveld (kennis en toepassen). (Ba GB: Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakdidactisch bekwaam ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (20%)
Analyseren De student in staat is om in haar/zijn werkveld actuele kwesties te herkennen waarbinnen het gebruik van de Bijbel een constructieve, d.w.z. verhelderende, verdiepende dan wel inspirerende rol kan vervullen. (Ba GB: Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Hermeneutisch competent ) (40%)
Creëren De student in staat is om inzichten uit de exegese van een Bijbelse tekst te vertalen naar een passende vorm van communicatie die aansluit bij het werkveld en een relevante bijdrage levert aan de kwestie die daar speelt (Ba GB: Communicatief competent ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakdidactisch bekwaam ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (40%)