Leeruitkomsten in TGO
Leeruitkomsten geven weer wat je als student kunt laten zien binnen een eenheid van leeruitkomsten (EvL). Je toont deze aan met bewijsmateriaal in je portfolio.
| A1 | Betekenisvol contact maken: passend contact maken met doelgroepen (15EC) |
| A1 | Ik analyseer de leefwereld en levensbeschouwelijke context van een cliënt of doelgroep met behulp van sociaalwetenschappelijke methoden, en duid deze analyse met relevante sociologische en psychologische inzichten om mijn contact af te stemmen met de ander. |
| A2 | Ik hanteer bewust verschillende gesprekstechnieken, zoals aandachtgevend gedrag, parafraseren, samenvatten, doorvragen en gevoelsreflectie, en verantwoord mijn levensbeschouwelijk sensitieve, integere en authentieke handelen door kritisch te reflecteren op mijn eigen (geloofs)aannames. |
| A3 | Ik vergelijk een praktijkcontext met het bredere werkveld van de geestelijke begeleiding en beschrijf verschillende invullingen van het beroep in relatie tot de laatmoderne samenleving, onderbouwd met (praktisch-)theologische literatuur en landelijke beroepskaders. |
| A2 | Betekenisvol contact maken: Gespreksvoering en presentie (15EC) |
| A4 | Ik analyseer levensvragen met behulp van filosofische en theologische perspectieven en onderscheid de levensbeschouwelijke laag in gesprekken. |
| A5 | Ik onderzoek de rol van de geestelijk begeleider in gespreksvoering door verschillende gespreksvormen in de beroepspraktijk te analyseren met behulp van vakliteratuur. |
| A6 | Ik pas de presentiebenadering toe in beroepssituaties, verantwoord welke keuzes ik hierin heb gemaakt en reflecteer op mijn professionele houding, gevoel en identiteit. |
| B1 | Jezelf zijn in diversiteit: de multireligieuze beroepspraktijk (15EC) |
| B1 | Ik beschrijf vanuit religiewetenschappelijke perspectieven de geschiedenis, kernprincipes, rituelen en waarden van verschillende religieuze tradities en onderzoek hun plaats en betekenis in de Nederlandse samenleving. |
| B2 | Ik analyseer en evalueer verschillende vormen van spiritualiteit en zingeving in de beroepscontext aan de hand van religiewetenschappelijke en theologische perspectieven |
| B3 | Ik onderzoek een diversiteitsvraagstuk uit de hedendaagse beroepspraktijk met behulp van sociologische theorieën, ontwikkel een onderbouwd handelingsperspectief en reflecteer op mijn professionele positie ten opzichte van dit vraagstuk. |
| B2 | Jezelf zijn in diversiteit: professionele identiteit (15EC) |
| B4 | Ik verwoord en onderbouw mijn eigen theologische posities en ervaringen in interculturele en interreligieuze contexten, benoem waar het schuurt en reflecteer kritisch op hoe dit mijn professionele interacties en beslissingen beïnvloedt. |
| B5 | Ik analyseer en interpreteer dimensies van identiteit bij een doelgroep van geestelijke begeleiding, gebruikmakend van theologische, filosofische en (godsdienst)psychologische theorieën. |
| B6 | Ik ontwikkel en verantwoord een onderbouwde visie op het vak van geestelijke begeleiding in de hedendaagse samenleving, waarin ik mijn mensbeeld, wereldbeeld en godsbeeld expliciet verbind aan beroepskaders en/of werkveldverwachtingen. |
| C | Bronnen interpreteren en inzetten (30EC) |
| C1 | Ik analyseer de historische, literaire context van heilige geschriften uit verschillende religieuze tradities met behulp van relevante vakliteratuur, om theologische inhoud van deze bronnen in hun eigen context te begrijpen. |
| C2 | Ik pas verschillende exegetische methoden toe om (heilige) bronteksten te analyseren en interpreteren en verantwoord mijn methodische keuzes in relatie tot de beroepspraktijk en de aansluiting bij de doelgroep. |
| C3 | Ik formuleer met vakliteratuur onderbouwde criteria voor het levensbeschouwelijksensitief gebruik van (heilige) bronnen in vieringen, ceremonies en/of gesprekken bij specifieke doelgroepen en verantwoord mijn keuzes. |
| C4 | Ik pas hermeneutische methoden toe om teksten, tradities en/of kunstvormen te interpreteren en leg uit hoe deze bronnen worden ingezet bij het vormgeven van bijeenkomsten en/of vieringen in de beroepspraktijk. |
| C5 | Ik analyseer met behulp van de systematische theologie in verhaaltradities visies op mens-, wereld- en godsbeelden en betrek deze op hoe ik zelf kijk naar mens, wereld en God (in brede zin van het woord) en kan dit op een integere manier inzetten in de praktijk. |
| C6 | Ik verbind verhalen uit religieuze en levensbeschouwelijke tradities met levensverhalen van cliënten en leg uit op welke manier dit betekenis geeft of perspectief biedt bij het levensverhaal van de ander binnen de context van geestelijke begeleiding. |
| D | Ondernemend en strategisch handelen (30EC) |
| D1 | Ik ontwikkel, onderbouw en verantwoord een ondernemings- of projectplan voor het werkveld van de hbo-theoloog, waarin ik op basis van vakliteratuur mijn visie, roeping, marktanalyse en financiële onderbouwing samenbreng en kritisch reflecteer op de onderliggende waarden en overtuigingen die mijn ondernemerschap sturen. |
| D2 | Ik leid en begeleid groepen op integere en authentieke wijze en verantwoord mijn inzet van leerdoelen en didactische werkvormen passend bij de doelgroep en ga daarbij op professionele en oplossingsgerichte wijze om met weerstand, waarbij ik waar nodig confronteer, corrigeer en stimuleer. |
| D3 | Ik draag doelgericht bij aan interprofessionele samenwerking binnen het brede werkveld van zorg en welzijn en verwoord daarin de eigenheid en toegevoegde waarde van de hbo-theoloog. |
| D4 | Ik adviseer op basis van praktijkgericht onderzoek en literatuur over veranderkunde over een veranderingsproces en reflecteer de hand van evaluatiecriteria en theologische uitgangspunten op mijn eigen agogisch handelen. |
| D5 | Ik ontwikkel een strategische visie op de inzet van geestelijke begeleiding binnen een organisatie of netwerk en maak onderbouwde keuzes over positionering, samenwerking en ontwikkeling in relatie tot maatschappelijke en organisatorische vraagstukken én verantwoord en legitimeer mijn strategische keuzes richting relevante stakeholders. |
| E | Ethisch handelen in de beroepspraktijk (30EC) |
| E1 | Ik analyseer een ethisch dilemma uit de beroepspraktijk op levensbeschouwelijk sensitieve, integere en authentieke wijze met behulp van verschillende ethische stromingen (zoals plichtethiek, deugdethiek, utilisme en zorgethiek) en verantwoord vanuit deze analyse verschillende mogelijke handelingsalternatieven. |
| E2 | Ik reflecteer kritisch op mijn eigen waarden, normen en (geloofs)aannamens, koppel deze aan ethische stromingen en verantwoord hoe deze van invloed zijn op mijn ethische oordeelsvorming en besluitvorming in de beroepspraktijk. |
| E3 | Ik signaleer wanneer een moreel beraad passend is, agendeer dit samen met betrokkenen en begeleid het moreel beraad op gestructureerde wijze met behulp van gespreksmethodieken, waarbij ik een veilige dialoog faciliteer en met de groep kom tot een afgewogen besluit voor de specifieke casus waarbij ik reflecteer op mijn rol, grenzen en verantwoordelijkheid als begeleider van het moreel beraad. |
| E4 | Ik analyseer maatschappelijke vraagstukken met behulp van ethische perspectieven en verantwoord hoe deze vraagstukken doorwerken in het werkveld en het professioneel handelen van de geestelijk begeleider. |
| E5 | Ik initieer en faciliteer interdisciplinaire samenwerking rondom ethische thema’s binnen de (zorg)context en verantwoord hoe gezamenlijke reflectie op waarden en normen bijdraagt aan ethisch handelen binnen de organisatie. |
| F | Vieringen en rituelen ontwerpen (30EC) |
| F1 | Ik evalueer welke leiderschapsstijl passend is voor het overbrengen van en praten over levensbeschouwelijke thema’s en het uitvoeren van rituelen bij het werken met groepen en toon me bewust van machtsverhouding om integer en pedagogisch gevoelig leiding te kunnen geven aan groepen. |
| F2 | Ik ontwikkel en onderhoud een professionele relatie met de doelgroep en verantwoord, met behulp van vakliteratuur over ritueel handelen en afstemming op de doelgroep, hoe ik levensbeschouwelijk sensitief, integer en samenwerkend rituelen kan ontwerpen, uitvoeren en begeleiden. |
| F3 | Ik onderscheid en hanteer verschillende rollen van ritueelbegeleiding in uiteenlopende contexten en verantwoord mijn keuzes met behulp van relevante theorie, waarbij ik door zelfreflectie en feedback mijn authentieke rituele stijl verder ontwikkel. |
| F4 | Ik ontwerp en voer samen met anderen een viering of ritueel uit in de beroepspraktijk en verantwoord mijn ritueel passend handelen met vakliteratuur en door te reflecteren op signalen van individuen, groepen en gemeenschappen en op mijn eigen functioneren als vieringsleider. |
| F5 | Ik bevorder enthousiaste en overtuigende brede samenwerking met professionals en vrijwilligers en laat zien hoe ik in teamverband communicatief en verantwoordelijk bijdraag aan het realiseren van vieringen en rituelen. |
| F6 | Ik hanteer hermeneutische methoden om ritueel handelen te verbinden met religieuze traditie(s) en verantwoord met behulp van vakliteratuur mijn keuzes voor bronteksten, symbolen en rituele vormen in de beroepspraktijk. |
| G | Zingevingsvragen onderzoeken (30EC) |
| G1 | Ik hanteer verschillende gesprekstechnieken om te komen tot de levensbeschouwelijk laag en gebruik filosofische en theologische perspectieven om in gesprekken als geestelijk begeleider deze laag te expliciteren en te verantwoorden. |
| G2 | Ik begeleid met een open en reflectieve houding en gebruikmakend van methoden zoals de presentiebenadering, didactiek en verschillende gesprekstechnieken, individuele en groepsgesprekken waarin zingevingsvragen worden herkend, benoemd en geduid, en ondersteun de gesprekspartners bij het onderzoeken, verwoorden of verbeelden van hun eigen zingevingsvragen, hierbij gebruikmakend van filosofische en theologische perspectieven. |
| G3 | Ik signaleer en onderzoek, met behulp van (godsdienst)sociologische en religiewetenschappelijke theorieën, actuele zingevingsvraagstukken in de hedendaagse samenleving en zet deze analyses in voor het ontwikkelen van producten te gebruiken bij geestelijk begeleider. |
| G4 | Ik onderzoek mijn eigen zingevingsvragen, geloofsaannames en spiritualiteit en reflecteer hierop systematisch met behulp van reflectiemodellen en theologische literatuur, om mijn professionele handelen zelfbewust, reflexief en respectvol vorm te geven in diverse (religieuze en levensbeschouwelijke) contexten. |
| G5 | Ik ontwikkel en onderbouw een eigen professionele visie op geestelijke begeleiding door praktijkgericht (theologisch) onderzoek naar zingevingsvragen bij individuen, groepen of in de samenleving, en vertaal de bevindingen in onderbouwde aanbevelingen voor professioneel handelen |
| G6 | Ik leg op methodische en hermeneutische wijze verbanden tussen hedendaagse zingevingsvragen van individuen en groepen en de (katholieke) traditie en verantwoord deze verbindingen met behulp van theologische, filosofische en religiewetenschappelijke literatuur. |
Laatst gewijzigd op 2026-06-11 11:50:57 door Martinus, Mirte