Logo

Rubric bewijsmateriaal TGO

Criterium Onder niveau Op niveau (hbo-norm) Boven niveau
1. Professionele communicatie Structuur of taal belemmert professioneel begrip. Redenering is niet navolgbaar of inconsistent. Structuur is logisch en navolgbaar. Taalgebruik is professioneel en correct. Vraagstelling en conclusie sluiten op elkaar aan. Redenering is zeer helder, consistent en overtuigend. Taalgebruik is precies, doelgroepgericht en professioneel verfijnd.
2. Bronvermelding & APA (incl. AI-vermelding) Onzorgvuldige of ontbrekende APA-verwijzingen. Bronnen niet controleerbaar of inconsistent verwerkt. AI niet correct vermeld. Bronnen correct volgens actuele APA-richtlijnen verwerkt. Literatuurlijst en tekst corresponderen. AI volgens APA vermeld indien gebruikt. Bronnen zijn zorgvuldig, consistent en professioneel verwerkt.
3. Onderbouwen (inhoudelijke diepgang) Overwegend beschrijvend. Theorie niet of oppervlakkig geïntegreerd. Weinig analyse. Kritische analyse zichtbaar. Relevante literatuur functioneel verbonden aan praktijk of product. Eigen beargumenteerde positionering aanwezig. Diepgaande, geïntegreerde analyse. Meervoudig perspectief gewogen, bronnen met elkaar in gesprek gebracht. Sterke en zelfstandige professionele positionering.
4. Verantwoorden (methodische transparantie, incl. AI-proces) Keuzes in aanpak, bronnen of proces niet expliciet verantwoord. AI-gebruik niet transparant beschreven. Aanpak en keuzes expliciet verantwoord. Methodische overwegingen en beperkingen benoemd. Eventueel AI-gebruik helder en transparant beschreven. Aanpak expliciet verantwoord. Methodisch scherp en kritisch verantwoord. Reflectie op validiteit en beperkingen. Eventueel AI-gebruik professioneel geïntegreerd en doordacht verantwoord.
5. Reflecteren (professionele ontwikkeling) Reflectie beschrijvend en weinig analytisch. Geen duidelijke koppeling met leeruitkomsten. Analytische reflectie op proces, product en professionele ontwikkeling. Duidelijke koppeling met leeruitkomsten. Diepgaande zelfanalyse. Professionele positionering helder. Reflectie toont groei en integratie in relatie tot leeruitkomsten.
6. Inhoudelijke kwaliteit van het product Product sluit onvoldoende aan bij beroepscontext of opdracht. Product is professioneel, passend bij de beroepscontext en/of bij de beroepsopdracht en inhoudelijk adequaat. Product is inhoudelijk sterk, doordacht en toont integrale of innovatieve kwaliteit.
7. Bijdrage aan het aantonen van de leeruitkomst Het bewijs maakt niet duidelijk welke leeruitkomst wordt ondersteund of draagt hier onvoldoende aan bij. Het bewijs draagt aantoonbaar en inhoudelijk bij aan het aantonen van (één of meer) leeruitkomsten. De relatie wordt expliciet gemaakt. Het bewijs draagt overtuigend bij aan meerdere aspecten van de leeruitkomst(en) en laat verdieping of verbreding zien.
Laatst gewijzigd op 2026-06-03 14:05:53 door Martinus, Mirte