Logo

Kwaliteit van (beroeps)producten in TGO

Op deze pagina vind je de kwaliteitscriteria voor (beroeps)producten in het portfolio binnen TGO onderwijs. Dit document geldt als een richtlijn voor het niveau dat we verwachten bij producten die ingediend worden als bewijs. Op basis van dit document is een rubric gemaakt die gebruikt kan worden bij het geven van prestatiefeedback.

Inleiding

Binnen de opleidingen van Sociale Studies werken studenten volgens de uitgangspunten van Talentgericht Onderwijs (TGO). Studenten tonen hun ontwikkeling aan met bewijsmaterialen zoals (beroeps)producten en reflecties in hun portfolio, waarmee zij zichtbaar maken dat zij de leeruitkomsten van de opleiding bereiken. Deze (beroeps)producten vormen samen het bewijsmateriaal waarop docenten en assessoren hun oordeel baseren.

Om ervoor te zorgen dat dit bewijsmateriaal daadwerkelijk inzicht geeft in de ontwikkeling van de student, moeten (beroeps)producten voldoen aan een aantal kwaliteitscriteria. Deze criteria maken expliciet wat binnen de opleiding wordt verstaan onder kwaliteit, schrijfvaardigheid en onderzoekend vermogen op hbo-niveau. Daarmee borgt dit document binnen het VRAAKKT-model expliciet de K van kwaliteit: het beschrijft de kwaliteit die (beroeps)producten moeten hebben om bruikbaar te zijn als bewijs in het portfolio.

In het hbo worden studenten niet opgeleid tot wetenschappelijk onderzoeker, maar ontwikkelen zij wel onderzoeksvaardigheden die nodig zijn om als professional de eigen beroepspraktijk te begrijpen, te verbeteren en te vernieuwen. Dit wordt ook wel onderzoekend vermogen genoemd (Griffioen & Wortman, 2013). Onderzoek wordt binnen de opleiding niet als doel op zichzelf ingezet, maar als middel om tot betekenisvolle (beroeps)producten te komen die relevant zijn voor de beroepspraktijk. Studenten gebruiken kennis, analyse en gegevens uit de praktijk om producten te ontwikkelen, keuzes te onderbouwen en interventies te verbeteren (Butter & Van Beest, 2017). In producten wordt onderzoekend vermogen zichtbaar in drie vaardigheden: onderbouwen, verantwoorden en reflecteren (Losse, 2018).

Onderzoekend vermogen hangt nauw samen met professionele communicatie. Studenten moeten hun analyse, keuzes en resultaten helder en navolgbaar verwoorden, zodat anderen hun redenering kunnen begrijpen en beoordelen. Hierbij sluiten we aan op het Fontys brede taalbeleid. De hieronder beschreven criteria voor professionele communicatie, brongebruik, onderbouwen, verantwoorden en reflecteren sluiten aan bij de rubric die binnen de opleiding wordt gebruikt en vormen de basis voor (prestatie)feedback. De opbouw van dit document volgt daarom dezelfde structuur als de rubric.

1. Professionele communicatie

(Beroeps)producten zijn geschreven in correct en professioneel Nederlands, waarbij we streven naar uitstroomniveau van C1. De formuleringen zijn helder, precies en zorgvuldig, en de tekst is goed leesbaar voor de beoogde doelgroep. Zinnen zijn volledig en logisch opgebouwd en spreektaal wordt vermeden.

Daarnaast heeft het product een duidelijke structuur. Alinea’s behandelen telkens één onderwerp en beginnen bij voorkeur met een kernzin. Argumenten volgen logisch op elkaar en worden verbonden door duidelijke overgangen. Hoofdstukken en paragrafen hebben informatieve koppen die de inhoud van het onderdeel weerspiegelen.

De opbouw van een product volgt een herkenbare redenering. In de inleiding worden aanleiding, vraag en opzet beschreven. In de uitwerking wordt de analyse ontwikkeld en worden argumenten opgebouwd. De conclusie geeft het antwoord op de centrale vraag en laat zien hoe dit voortkomt uit de voorgaande analyse. De structuur vormt zo een keten van denkstappen (chain of evidence) die de lezer kan volgen van vraag naar conclusie.

Ook de vormgeving ondersteunt de leesbaarheid. Het product is overzichtelijk opgebouwd, maakt gebruik van duidelijke koppen en bevat waar nodig paginanummers en een inhoudsopgave.

2. Bronvermelding & APA

Wanneer in een (beroeps)product gebruik wordt gemaakt van kennis, ideeën, gegevens, afbeeldingen of andere informatie van anderen, wordt dit correct en transparant vermeld volgens de APA-richtlijnen. Dat geldt voor alle vormen van brongebruik. De actuele uitleg van de APA-richtlijnen is te vinden via SURF.

Daarnaast geldt dat: bronnen zorgvuldig worden gekozen op relevantie en betrouwbaarheid,

alle gebruikte bronnen in de literatuurlijst staan en alle bronnen uit de literatuurlijst ook daadwerkelijk in de tekst worden gebruikt.

Het onjuist gebruiken of niet vermelden van bronnen kan worden beschouwd als plagiaat of fraude. Studenten houden zich daarom aan het Fontys beleid rondom integriteit.

3. Onderbouwen

Onderbouwen betekent dat keuzes, conclusies en producten gebaseerd zijn op kennis, analyse en – waar relevant – gegevens uit de praktijk. Een (beroeps)product laat zien dat de student niet alleen een standpunt inneemt, maar ook kan laten zien waarop dat standpunt is gebaseerd.

Daarvoor formuleert de student een duidelijke vraag die richting geeft aan het product. Deze vraag is relevant voor het onderwerp, helder geformuleerd en haalbaar. Wanneer het nodig is wordt de vraag uitgewerkt in deelvragen die helpen om het onderwerp systematisch te analyseren.

Relevante kennis wordt samengebracht, bijvoorbeeld in een kenniskader waarin duidelijk wordt welke theorie, literatuur of andere bronnen relevant zijn voor het onderwerp. Deze kennis wordt niet alleen beschreven, maar ook daadwerkelijk gebruikt in de analyse.

Studenten laten zien dat zij informatie kunnen vinden, beoordelen en toepassen. Daarbij wordt zichtbaar dat zij bronnen selecteren op betrouwbaarheid en relevantie en dat zij kennis uit verschillende perspectieven kunnen betrekken bij hun analyse. Uiteindelijk leidt dit tot een eigen, onderbouwd standpunt dat aansluit bij de vraag van het product.

4. Verantwoorden

Naast het onderbouwen van keuzes maakt de student ook zichtbaar hoe het product tot stand is gekomen en waaropdeze stappen zijn gezet. In het product wordt dus uitgelegd welke kennisbronnen zijn gebruikt, waarom deze bronnen relevant zijn en hoe zij bijdragen aan het beantwoorden van de vraag.

Wanneer de student zelf gegevens verzamelt of onderzoek uitvoert, wordt ook de gekozen aanpak toegelicht. De student maakt duidelijk waarom voor een bepaalde methode is gekozen en hoe gegevens zijn verzameld en geïnterpreteerd. Hierdoor kan de lezer begrijpen hoe conclusies tot stand zijn gekomen.

4.1 Verantwoorden gebruik van generatieve AI

Ethisch en kritisch gebruik van GenAI is toegestaan binnen Fontys (Fontys O&O, z.d.). De verantwoordelijkheid voor de transparantie van het wordingsproces van een schriftelijk verslag en voor de authenticiteit van het verslag ligt bij de student, ook bij gebruik van GenAI.

Wanneer generatieve AI (GenAI) is gebruikt bij het ontwikkelen van een (beroeps)product, wordt dit gebruik expliciet verantwoord. Transparantie en authenticiteit worden daarbij gewaarborgd door de volgende richtlijnen:

In het (beroeps)product wordt bondig beschreven op welke manier GenAI is gebruikt, bijvoorbeeld als schrijfhulp, inspiratiebron, ondersteuning bij structuur of bij het parafraseren van bronnen. Afhankelijk van de aard van het product kan deze toelichting worden opgenomen in de inleiding, bij de beschrijving van de aanpak of methode, of in de reflectie.

De student blijft volledig verantwoordelijk voor de inhoud van het product. Onjuiste, onvolledige of eenzijdige informatie blijft de verantwoordelijkheid van de student, ook wanneer generatieve AI is gebruikt.

Wanneer een examinator hierom vraagt, moet de student de inhoud van het product mondeling kunnen toelichten. In een vraaggesprek kan worden nagegaan of de student de inhoud begrijpt en het product authentiek tot stand is gekomen.

Gebruik van generatieve AI wordt vermeld volgens de APA-richtlijnen. Een toelichting op het verwijzen naar generatieve AI volgens APA is te vinden in De APA-richtlijnen uitgelegd (NAI, 2024).

De relevante prompt(s) die hebben geleid tot inhoudelijke bijdragen van generatieve AI zijn inzichtelijk voor de examinator(en). Deze kunnen worden opgenomen in de tekst, in de literatuurlijst of in een bijlage. Wanneer generatieve AI uitsluitend is gebruikt als schrijfhulp, is opname van prompts niet noodzakelijk.

Wanneer in een specifieke opdracht aanvullende eisen gelden voor het verantwoorden of reflecteren op het gebruik van generatieve AI, worden deze expliciet vermeld in de opdrachtbeschrijving.

5. Reflecteren

Reflectie maakt zichtbaar hoe de student zich ontwikkelt als professional. In reflecties kijkt de student kritisch naar het eigen leerproces, het product en de keuzes die tijdens het proces zijn gemaakt. De student kan verschillende reflectiemethoden inzetten, zoals het ui model (Korthagen) , kernkwadranten (Offman), of andere reflectiemethode.

De student reflecteert onder andere op:
  1. de persoon – wat goed ging, wat geleerd is en waar verdere ontwikkeling nodig is;
  2. het product – de waarde van het product, hoe het ontvangen is en wat verbeterd kan worden;
  3. het proces – hoe het ontwikkel- of onderzoeksproces is verlopen en welke inzichten daaruit voortkomen.

Binnen Talentgericht Onderwijs worden deze reflecties verbonden met de leeruitkomsten van de opleiding. De student maakt zichtbaar hoe het product bijdraagt aan het bereiken van deze leeruitkomsten en waar hij of zij staat in de eigen ontwikkeling.

6. Inhoudelijke kwaliteit van het product

Wanneer een (beroeps)product onderdeel is van de gefaciliteerde route, voldoet het product aan de inhoudelijke eisen van de opdracht zoals geformuleerd op Canvas.

Daarnaast wordt zichtbaar dat de student tijdens het ontwikkelproces feedback heeft opgehaald en verwerkt binnen de lerende driehoek (student, docent en werkveld/peers). Het product laat zien dat deze feedback is benut om het product verder te verbeteren en te verdiepen.

Wanneer een product onderdeel is van de vrije route, gelden dezelfde kwaliteitscriteria. De inhoudelijke eisen komen in dat geval echter niet voort uit een Canvas-opdracht, maar uit de leeruitkomst waaraan het product bijdraagt.

7. Bijdrage aan het aantonen van de leeruitkomst

Een (beroeps)product staat nooit op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van het portfolio van bewijsmateriaal. In samenhang met andere producten en reflecties laat het zien hoe de student werkt aan het aantonen van de leeruitkomsten van de opleiding.

Daarbij wordt zichtbaar:

  1. hoe het product aansluit bij de leeruitkomst;
  2. welke kennis, vaardigheden en professionele houding worden getoond;
  3. welke rol het product speelt binnen het portfolio van bewijs.

Op basis van het geheel aan bewijsmateriaal nemen assessoren uiteindelijk een integrale beslissing over het aantonen van de leeruitkomsten binnen een EvL.

Literatuurlijst

Andriessen, D. (2014). Praktisch relevant en methodisch grondig? Dimensies van onderzoek in het hbo. Hogeschool Utrecht.

Butter, R., & Van Beest, W. (2017). Pleidooi voor innovatiepedagogiek: onderzoek is belangrijk, maar niet genoeg. Thema Hoger Onderwijs, 81–87.

Fontys O&O (z.d.). ‘Generative Artificial Intelligence (GAI). Experimenteer en ervaar, maar blijf alert’. https://hub.fontys.nl/Content/Brochure-GAI-Nederlands.htm

Griffioen, D., & Wortman, O. (2013). Onderzoek in het onderwijs van de Hogeschool van Amsterdam. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 31, 16–31.

Losse, M. (2018). Onderzoekend vermogen ontwikkelen bij studenten. Amsterdam: Boom.

NAI, Netwerk Auteursrechten Informatiepunten (2024). ‘De APA richtlijnen uitgelegd: generatieve AI’. https://auteursrechten.nl/wp-content/uploads/2024/05/De-APA-richtlijnen-uitgelegd-Generatieve-AI-Versie-1.0.pdf

Laatst gewijzigd op 2026-06-03 14:06:20 door Martinus, Mirte