Praktijkleren is een belangrijk onderdeel van de opleiding Theologie binnen Talentgericht Onderwijs (TGO). In lijn met de handreiking Leren in een authentieke leeromgeving van Fontys leren studenten zoveel mogelijk in echte beroepssituaties. Dat betekent dat zij leren door te handelen, te onderzoeken en te reflecteren in samenwerking met het werkveld.
Praktijkleren staat niet los van het onderwijs, maar maakt onderdeel uit van de leeromgeving waarin studenten leren, feedback krijgen en laten zien wat zij kunnen. In deze leeromgeving komen onderwijs, praktijk en toetsing samen. Studenten verzamelen in en vanuit de praktijk bewijsmateriaal, dat zij gebruiken om aan te tonen dat zij de leeruitkomsten (EvL’s) beheersen in hun assessmentportfolio. De invulling van praktijkleren verschilt per EvL. De opleiding biedt hierin richting en houvast, terwijl studenten binnen deze kaders ruimte hebben om eigen keuzes te maken in praktijkplekken en leeractiviteiten.
- Bij afstemming leren studenten het beroep, de doelgroep en de context kennen. Zo wordt bijvoorbeeld de praktijk de klas binnen gehaald met gastlessen of casusitiek uit het werkveld. Of houden studenten interviews in de praktijk.
- In de fase van incorporatie gaan studenten zelf handelen in de praktijk en passen zij vanuit hun opleiding kennis, vaardigheden en houding toe in concrete situaties. Ze nemen deze ervaringen weer mee naar de opleiding om te bespreken.
Stages en praktijkplekken worden administratief vastgelegd in OnStage. De student zoekt zelf een stageplek.
De student voert de stagegegevens vervolgens in op OnStage. De opleiding controleert en keurt goed
Daarna wordt de match “definitief” door hier een stagecontract te laten ondertekenen door alle betrokken partijen.
Feedback uit de praktijk is altijd onderdeel van het assessmentportfolio. Deze feedback wordt verzameld binnen de lerende driehoek (student, opleiding en werkveld) en bestaat uit feedback op producten en handelen, aangevuld met een praktijkadvies van de praktijkbegeleider. Deze input wordt meegenomen in de integrale beoordeling van de leeruitkomsten.
Binnen TGO werken we met taakgebieden, die weer gedeeld zijn in eenheden van leeruitkomsten. In het schema hieronder zie je op welke manier de praktijk betrokken is in de verschillende eenheden van leeruitkomsten.
| EvL | Periode | Rol praktijk (TGO) | Aard leren (authentiek) | Begeleiding praktijk | Omvang (richtlijn) |
| A1 | P1 | Afstemming | Verkennen van doelgroepen en beroepscontexten | n.v.t. | n.v.t. |
| A2 | P2 | Incorporatie (beginnend) | Oefenen van presentie en eerste gespreksvoering in praktijk | Geestelijk begeleider/verzorger (minimaal 5 jaar ervaring) | VT: 40–80 uur / DT: 20–40 uur |
| B1 | P3 | Afstemming | Kennismaken met religieuze praktijken (exposure) | n.v.t. | n.v.t. |
| B2 | P4 | Afstemming | Interreligieuze positionering en reflectie op praktijkervaringen | n.v.t. | n.v.t. |
| C | P1–P2 | Afstemming → Incorporatie | Bronnen interpreteren en toepassen in praktijkcontext | Theoloog én geestelijk verzorger (minimaal 5 jaar ervaring) | VT: 1–2 dagen per week / DT: 0,5–1 dag per week |
| D | P3–P4 | Incorporatie | Groepen begeleiden, samenwerken en ondernemen in praktijk | Niet per se theoloog; ook niet-religieuze context mogelijk | VT: 1–2 dagen per week / DT: 0,5–1 dag per week |
| E | P1–P2 | Incorporatie | Ethisch handelen en moreel beraad in praktijkcontext | Filosoof, humanist, religiewetenschapper of theoloog, met ervaring in ethische gespreksvoering | Maatwerk, afhankelijk van context |
| Vrije ruimte | P3–P4 | Keuzeafhankelijk | Verdieping of verbreding | Keuzeafhankelijk | Keuzeafhankelijk |
| F | P1–P2 | Incorporatie (gevorderd) | Rituelen uitvoeren en vieringen leiden | Geestelijk begeleider/verzorger, bij voorkeur theoloog (minimaal 5 jaar ervaring) | VT: 1–2 dagen per week / DT: circa 1 dag per week |
| G | P3–P4 | Incorporatie (complex) | Gesprekken voeren en zingevingsvragen begeleiden | Geestelijk begeleider/verzorger, bij voorkeur theoloog (minimaal 5 jaar ervaring) | VT: 1–2 dagen per week / DT: circa 1 dag per week |
Binnen de gefaciliteerde route (met septemberstart) is het mogelijk om praktijkleren doorlopend te organiseren.
Taakgebied C en D kunnen binnen één doorlopende praktijkplek worden uitgevoerd (jaar 2). Taakgebied F en G kunnen eveneens binnen één doorlopende praktijkplek plaatsvinden (jaar 4). Dit betekent dat studenten gedurende meerdere periodes in dezelfde praktijkcontext kunnen blijven leren en zich daar verder verdiepen. De praktijkplek moet daarbij wel voldoende mogelijkheden bieden om aan de leeruitkomsten van beide taakgebieden te werken.